Het project

Introductie

Wij, de musici van het Castello Consort specialiseren ons in zestiende- en zeventiende-eeuwse muziek. Dat kan niet zonder uitvoerig onderzoek naar de speelwijze en het instrumentarium dat in die tijd gebruikt werd. Tegenwoordig wordt het gebruik van accuratie (kopieën van) historische instrumenten heel serieus worden genomen, behalve in het geval van orgels. Gelukkig zijn er steeds meer ensembles die Bachcantates met kerkorgelLuistertip: de opnames van de Nederlandse Bachvereniging in de Waalse Kerk in Amsterdam (allofbach.nl). uitvoeren, maar in het vroegere repertoire dat wij spelen gebeurt dit nog vrijwel nooit. Omdat het orgel zó een belangrijke plaats binnen de oude muziek inneemt, willen wij hier graag verandering in gaan brengen.

Kistorgels

In de meeste oudemuziekconcerten worden zogenaamde kistorgelsEen kistorgel is letterlijk een orgeltje in een flinke kist, meestal volledig uit hout gemaakt, met pijpen die alle kanten op gevouwen in de kist liggen. gebruikt. Dat zijn mooie, en vooral praktische instrumenten. Echter, dit type instrument is pas in twintigste eeuw uitgevonden en heeft dus weinig met 'oude muziek' te maken. De draagbaarheid van kistorgels weegt volgens ons niet op tegen de compromissen die worden gemaakt in klank, stemming, draagkracht en andere essentiĆ«le onderdelen. Áls er vroeger kleinere orgels werden gebouwd, dan werd dit bereikt door bijvoorbeeld een 4-voetsHet aantal voet geeft de lengte en toonhoogte van de laagste basisnoot (meestal C) van een orgel aan. Meestal is dat 8 voet, maar kleine orgels beginnen soms een octaaf hoger, op 4 voet. orgel te bouwen, of door simpelweg minder registers in te bouwen. Gedekt-registersIn een gedekt register zijn de orgelpijpen aan de bovenkant dichtgemaakt (gedekt/gestopt), waardoor de pijp een octaaf lager klinkt. Zo kan een orgelpijp van 4-voets lengte de toonhoogte van een 8-voets pijp produceren., de standaard in kistorgels, waren in vroege (Italiaanse) orgels heel ongebruikelijk en dienden hooguit als een extra klankvariatie, maar nooit ter vervanging van een Principale. De klank van zulke registers is namelijk wollig en mist boventonen, met als resultaat een instrument zonder draagkracht en projectie. Het is met zo'n kistorgel vrijwel onmogelijk om een ensemble van meer dan twee á drie musici voldoende te ondersteunen, laat staan een compleet barokorkest of koor.
Claudio Monteverdi is hier ook duidelijk over in de bladmuziek van zijn beroemde Mariavespers. Hij schrijft in het Magnificat namelijk de exacte registraties onder de orgelpartij: van één Principale-register voor het begeleiden een solist tot 'trek alles wat je hebt open' voor het tutti slot. Met 'alles' wordt dan het 'ripieno' bedoeld, dat een opeenstapeling van minstens vijf, maar vaak nóg meer registers bedoeld wordt. Gelukkig krijgt ons nieuwe orgel al deze registers, en meer!

Hieronder vindt u een filmpje (in het Engels) van de musicologen van EarlyMusicSources uit Basel, waarin zij heel duidelijk de verschillen tussen kistorgels en echte orgels laten zien (en horen).

Wie gaan het orgel gebruiken?

Niet alleen het Castello Consort zal gebruik gaan maken van het nieuwe orgel - we willen juist graag dat het door zoveel mogelijk musici ingezet gaat worden! Het orgel zal beheerd worden door een aparte stichting, die we speciaal voor dit doel hebben opgericht: Stichting 17e-eeuwse Muziekinstrumenten. Hier zal het mogelijk zijn om het instrument tegen aantrekkelijke tarieven te huren voor concerten, opnames en meer. De vaste standplaats/repetitieruimte wordt waarschijnlijk een kerk of cultuurcentrum in de regio van Den Haag - hiervoor zijn we momenteel in gesprek om de meest ideale locatie te vinden.

Educatie & wetenschap

Educatieve en wetenchappelijke projecten gaan we bovendien extra stimuleren, door middel van een speciaal educatief tarief. Dit zal neerkomen op slechts een onkostenvergoeding - bijzonder aantrekkelijk dus voor studerende musici en muziekwetenschappers.
In samenwerking met het Koninklijk Conservatorium kan het instrument bijvoorbeeld ingezet worden bij grote ensembleprojecten rond zestiende- en zeventiende-eeuwse muziek, maar ook voor masterclasses en lessen. Dit biedt studenten de unieke kans om ervaring op te doen met continuospelDe basso continuo is de geĆÆmproviseerde invulling van harmonieën over een uitgeschreven baslijn, en was de standaard tot en met de barokperiode. op een écht orgel, het kiezen van passende registratiesOrgelregistraties zijn combinaties van registers om specifieke klanken te bereiken., het gebruik van subsemitonaSubsemitona zijn extra 'zwarte toetsen' boven het gewone klavier, bedoeld om in middentoonstemming een A♭ naast een G♯ en een D♯ naast een E♭ te kunnen spelen. en een kort octaafBij een kort octaaf is de laagste toets op het klavier een E (i.p.v. C), en klinkt deze E-toets als een C, de F♯ als een D en de G♯ als een E. Dit was vroeger standaard op de meeste orgels, vooral omdat dit veel ruimte aan lage, lange pijpen bespaarde., etc.